ik woon

Welbevinden en betrokkenheid.
In de schoolwoonkamer en op de donderdag bij de ateliers.
Dagelijks zie je bij dit thema, spel met kartonnen dozen, kapla, kokers, spijkers, hamers en bouwplanken. Gewoon huis,- tuin en keukenspullen.

Een van de eerste vragen die voorbij komt is: 

  • Hoe bouw je een muur?

Met echte bakstenen en een alternatief voor echt cementspecie, gaan we metselen.
Het zand uit de zandtafel kun je hiervoor mengen met een hoeveelheid water.
Alleen het lopen naar de kraan, het water overbrengen is op zich, al een hele onderneming.De kinderen zijn wel even bezig met scheppen, gieten en roeren in een cement specie teil( wasmand bij de action).Er zijn flink wat doeken nodig om na afloop het water op te dweilen.Ik zorg dat ik ze achter de hand heb.

Zo ook kun je muurtjes gaan bouwen met suikerklontjes waarbij water en suiker samen de specie vormen. Alles plakt en de kinderen likken regelmatig de vingers af,zalig! 

Er komen ook vragen voorbij zoals:

  • Waar komt in het huis de deur, het raam of het dak?
  • Hoeveel mensen wonen er in een huis?
  • Welk huisnummer heb jij, en jij?
  • In welk soort huis woon je, in een boerderij, een flat of een aan elkaar huis( rijtjeshuis)?
  • Kun je met de dozen, kokers en planken ook onderzoeken hoe nu een flat gebouwd wordt?

Je ziet zo  ook kinderen onderzoeken, hoe ze gaan spelen.

  • Wil ik alleen, of met iemand anders ?
  • Wat heb ik ,of wij samen hier voor nodig?
  • Wie doet daarbij wat en wanneer?
  • Waar in school, kun je  gaan spelen met de materialen?In de speelzaal, op de gang, in de huishoek of misschien buiten?

jenaplan(wijsheid)
Het is van belang, als je rondom een thema werkt, alle jenaplan essenties voorbij laat komen. Zo maak je het kind regisseur van zijn eigen leerproces bij het spel.